Carnaval

Carnaval is een uitbundig, drie dagen durend volksfeest In Nederland oorspronkelijk alleen voorkomend in het zuiden, maar tegenwoordig ook gevierd in andere delen van het land.
Carnaval (ook wel 'Vastenavond' - vooravond van het vasten) is een van oorsprong katholiekfeest, dat mogelijk ook heidense wortels heeft en gevierd wordt in de drie dagen voorafgaand aan Aswoensdag. Volgens de traditie duurt het feest van zondag tot dinsdagavond, de Vastenavond. Om middernacht vangt de vastentijd aan van 40 dagen, tot Pasen. Het tijdstip van de viering van carnaval is afhankelijk van de wisselende datum waarop Pasen jaarlijks wordt gevierd. De zevende zondag voorafgaande aan Paaszondag is carnavalszondag. 
Paaszondag is, volgens het  Concilie van Nicae (325 na Chr.), de eerste zondag na de eerste volle maan na het begin van de lente (21 maart). De vastentijd begint 40 dagen voor Eerste Paasdag, waarbij zondagen niet meetellen. De eerste Carnavalsdag valt dan zeven weken voor Eerste Paasdag. Carnaval begint officieel op zondag.
Pasen kan op zijn vroegst op 22 maart vallen en op zijn laatst op 25 april. Als gevolg daarvan is de vroegst mogelijke datum voor carnaval 1 februari, en de laatst mogelijke datum  9 maart.

De meest waarschijnlijke oorsprong van het woord carnaval ligt in het Italiaanse carne levare ( Kerklatijn): carnemlevare), wat 'opheffen/wegnemen van het vlees' betekent. In vroeger jaren werd in de vastentijd op vrijdag geen vlees gegeten.

Oorsprong van Carnaval
De meeste populaire studies over het carnaval beginnen met een historisch overzicht dat tot ver vóór Christus teruggaat. Maskerades, de tijdelijke opheffing van de sociale ongelijkheid, het instellen van een korte periode van chaos en uit het volk aangestelde schertskoningen die enkele dagen heersen; dit soort feestrituelen kwam in het oude Babylon, in Mesopotamië en Egypte, bij de Grieken, de Romeinen en de Germanen al voor.

In de historie van het carnavalsfeest zijn grofweg twee stromingen te onderscheiden.

1. De visie dat het feest van oorsprong een heidens lentefeest is met vruchtbaarheidsrituelen. Koning Winter moest worden verdreven zodat de vruchtbaarheid na de winter terug kon keren. In de middeleeuwen zou de katholieke kerk dit heidense feest gekerstend hebben en opgenomen in de liturgische jaarkalender.

2. De katholieke Kerk als initiatiefnemer. Zij zou het feest in de Middeleeuwen hebben ingesteld als overgangsritueel om de drempel naar de veertigdaagse vasten vóór Pasen te verlagen. De vastentijd wordt voorafgegaan door een anti-schepping (carnaval) om zodoende de afkeuring van een leven met een puur aards karakter op te wekken. Door de gewone mensen enkele dagen heel concreet en aanschouwelijk te tonen én te laten ervaren wat het betekent als de duivel, heksen, narren, de anti-christ en het eigenzinnige in de mens regeren, had het feest een opvoedende functie voor de zogenoemde ‘gewone gelovigen’. 
In de 16e eeuw kwam aan de openbare en massale carnavalsviering uit de Middeleeuwen een eind. De scheuring binnen het christendom als gevolg van de Reformatie, leidde tot een religieuze tweedeling op het grondgebied van het huidige Nederland: boven de rivieren Maas en Rijn werd het protestantisme het dominante geloof; in de gebieden die tegenwoordig de provincies Limburg en Noord-Brabant beslaan, bleef het katholieke geloof dominant. In het na de Reformatie overwegend protestantse deel van het huidige Nederland verdween de openbare Vastenavondviering uit het straatbeeld. De Vastenavond werd geduid als een 'Roomsche superstitie' en met verboden de kop in gedrukt. Echter, ook in het katholieke zuiden nam de deelname aan het feest af.

In de 17e eeuw krijgt de term 'carnaval' in Europa de overhand voor feesten die zich kenmerken door vermommingen, ommegangen, de instelling van een spotheerschappij met een eigen hiërarchie en uitbundig eten en drinken. In de middeleeuwen sprak men van de Vastenavondviering, waarin men nog één keer luidruchtig kon feestvieren met veel spijs en drank om vervolgens vanaf  Aswoensdag de rooms-katholieke vastentijd in te gaan als voorbereiding op Pasen. Zoals bij zoveel gebruiken wordt bij het carnaval een relatie gelegd tussen het moderne naoorlogse feest en vergelijkbare verschijningsvormen van feesten in een liefst ver verleden. 


Zonder te ontkennen dat in het huidige carnaval herkenbare verschijningsvormen uit het verleden zitten, kan worden gesteld dat het feest zoals wij het nu kennen betrekkelijk jong is. Met uitzondering van een aantal plaatsen in Limburg en Noord-Brabant waar in de negentiende eeuw de organisatie van carnavalsvieringen weer werd opgepakt, is de overgrote meerderheid van de carnavalsverenigingen opgericht na de Tweede Wereldoorlog. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw bleef de viering, op enkele uitzonderingen na, nog beperkt tot de zuidelijke provincies Limburg en Noord-Brabant, waar het merendeel van de bevolking katholiek was. In de loop van de jaren zestig kwam de relatief sterke afbakening tussen het katholieke zuiden aan de ene kant en het calvinistische westen en noorden van Nederland aan de andere kant op de helling te staan. Het carnaval overschreed vanaf deze jaren de grens van de 'grote rivieren', de Maas en de Rijn. Aan het einde van de twintigste eeuw komt men in alle provincies van Nederland carnavalsverenigingen tegen die zich actief inzetten voor de organisatie van het feest.

Kenmerken van het feest
Tijdens de carnavalsdagen zijn er feesten waarop gehost en gedronken wordt en er zijn optochten, waarin soms de draak wordt gestoken met bekende personen en gezagsdragers. De voorbereiding van carnaval begint op elf november, door carnavalsvierders de elfde van de elfde genoemd. Op deze 'gekkendag' kiest de 'Raad van Elf' de Prins Carnaval van dat jaar.

Op carnavalszaterdag of -zondag nemen de vele Prinsen Carnaval voor drie dagen op rituele wijze de macht van de burgerlijke autoriteiten over in dorpen en steden (de machtsoverdracht of sleuteloverdracht) en vieren met hun onderdanen, de carnavalsvierders, de tijdelijke vestiging van hun narrenrijk. Carnavalsvierders verkleden zich in een door hun gewenste uitdossing en nemen in een driedaagse carnavalsroes bezit van de straat en de cafés. Ook zoeken ze elkaar op in feestzalen. De feestlocaties zijn versierd met maskers en serpentines en de feestmuziek bestaat uit carnavalsrepertoire.
Tijdens de drie dagen van het carnaval trekken de hermeniekes, de Brabantse  dweilorkesten gevolgd door schare zingende en dansende carnavalsvierders, door de  straten
Op één van de drie carnavalsdagen trekt de optocht door de straten, de zegetocht van Prins Carnaval. Op carnavalsdinsdag rond middernacht wordt in veel plaatsen in een collectief afsluitingsritueel afscheid genomen van het narrenrijk en zijn Prins. Carnavalsmascottes en symbolen worden dan verbrand, begraven of verdronken. Op  Aswoensdag wordt het dagelijkse leven weer opgepakt. Veelal wordt ook aan haring happen gedaan .

In een onderlinge vergelijking tussen Limburg en Noord-Brabant zien we ook duidelijke verschillen. Zo nemen veel Brabantse gemeenten tijdens de carnavalsdagen een carnavalsnaam aan: Den Bosch wordt Oeteldonk, Bergen op Zoom verandert in Krabbegat,  Breda heet Kielegat en Best heet Klompengat. In Limburg komen deze naamsveranderingen slechts bij uitzondering voor. Een Prins Carnaval is weliswaar een algemeen verschijnsel, maar de invulling van deze carnavaleske functie is niet overal dezelfde. In Limburg kan deze functie slechts één seizoen door dezelfde persoon bekleed worden. In Brabant kan deze schertsfiguur jarenlang door dezelfde persoon worden vertolkt. Worden de Prinsen in Limburg bijgestaan door een Raad van Elf, in Noord-Brabant luisteren vergelijkbare groepen naar namen als 'Boere Parlement' (Den Bosch) of de 'Leutige Ploeg' (Bergen op Zoom).

Naast landelijke en provinciale variaties is de diversiteit in carnavalsrituelen ook per stad of dorp groot. In de vele jubileumboeken van plaatselijke carnavalsverenigingen worden de lokale rituelen beschreven.

Carnaval in Best (Klompengat)

Historie
De oudste bekende carnavals vereniging is van 1958, de Klompenheulers (Cafe Kuipers, Blauw Boerke tot 1966 daarna Hotel  der Kinderen). In 1962 werden de Ekkerjoekels (cafe d’n Ekker) en de Heikriekels (cafe Juliana in het Wilhelminadorp) opgericht.
De carnavalsviering bestond voornamelijk uit een carnavalsbal.
In het begin van de jaren 60 kwamen er op Carnavalszondag altijd 3 prinsen naar het gemeentehuis tot groot ongenoegen van de toenmalige burgemeester Notermans. Hij dwong de carnavalsverenigingen tot samenwerking. In 1965 werd de Stichting Carnavalsfederatie Best opgericht. Ad van Geffen was de eerste vorst. In 1990 stopte hij als vorst en werd hij benoemd tot Grootvorst. Jan Brands was de eerste prins van het Klompengat. 
De Klompenheulers veranderden de titel van hun “prins”” in Heerboer en de Ekkerkolders (Nieuwe naam voor de Ekkerjoekels) veranderden de titel van hun “prins” in Baron.
Met de komst van de federatie werden de activiteiten geleidelijk uitgebreid.
In 2009 vierde de federatie met de uitgave van een rijk geïllustreerd boek het 44-jarig jubileum.
De meest kenmerkende activiteiten van het Bestse carnaval zullen we hier wat uitgebreider toelichten.


Vorst
Sinds het bestaan van de federatie kent de federatie een Vorst: de man die aan het hoofd staat van het uitvoerende deel van het carnavals feest.
Hij is het visitekaartje van de federatie. De federatie heeft in de 44 jaren 4 vorsten gehad: Ad van Geffen, Rinus Dost, Dick Kroot en Bert van der Staak.

Prins Carnaval
Het officiële carnavals seizoen begint op de 11e van de 11e  (11 is het gekkengetal)
Op de eerste zondag na 11 november is de prinslancering en wordt bekendgemaakt wie de volgende prins is van Klompengat. De oude prins draagt de scepter over aan de nieuwe prins.
In Klompengat kun je meer jaren achter elkaar tot Prins gekozen worden. Sinds 1965 zijn er  34 verschillende prinsen geweest.

Hofkapel
Opgericht in 1959 en bestond hoofdzakelijk uit leden ven de harmonie Sint Caecilia. In eerste instantie werd de kapel opgericht om her en der in Best te spelen bij allerlei festiviteiten om geld in te zamelen voor nieuwe uniformen voor de harmonie. Bij de oprichting van de Stichting Carnavalsfederatie Best werd ze formeel hofkapel onder de naam “De Dors(t)vlegels”.



Boerenbruiloft
In 1977 werd de eerste Boerenbruiloft op Carnavalsdinsdag gehouden en werden bruid en bruidegom in de “onecht” verbonden. Ze trouwen dus niet echt.  Een fantastisch feest waaraan iedere Bestenaar kon deelnemen. Helaas is er sinds enkele jaren geen Boerenbruiloft meer onder auspiciën van de Federatie Carnavalsverenigingen.  






Ponyloterij
Eén van de financiële pijlers van de Federatie is de pony loterij. Een aantal vrijwilligers gaan enkele weken voor Carnaval van deur tot deur om hun loten aan de man te brengen. Op Carnavalsmaandag vindt de trekking  van de loterij onder grote belangstelling plaats in café D’n Ekker. De eerste prijs was vroeger een half varken, en tegenwoordig een geldprijs ter waarde van een pony. De opbrengst van de loterij komt ten goede aan het 65+ bal, het kindercarnaval  en het ziekenbezoek.









De Zitting
De Prinsen zittingen vinden plaats ongeveer 2 weken voor aanvang van het carnaval. In het begin werden de zittingen van de Federatie gehouden in de bioscoop (Biobest) en later in het Prinsenhof. Er is cabaret, dans, toneel en de “tonproaters” die vooral in de eerste jaren van de zittingen het Bestse reilen en zijlen  over de hekel haalden. Op dit moment vinden de prinsenzittingen, aangeboden aan de Prins, nog steeds plaats in de Prinsenhof.





Jongste Durdauwer
Sinds 1966 is het kind dat het dichtst bij middernacht op carnavalszaterdag geboren wordt de Jongste Durdauwer. De prins gaat op carnavals zaterdag middag op het Gemeentehuis informeren om te kijken welk gezin er bezocht moet worden. De jongste Durdauwer krijgt dan een spaarbankboekje van  Euro 111,11 aangeboden.







Raad van halfelf
Sinds 1966 is de Raad van Halfelf voor de jeugd actief.  Zij kiezen een jeugdprins en organiseren op carnavalszaterdag de jeugdoptocht  

Raad van elf en showgarde
De prins wordt bijgestaan door een hofhouding, ook wel het “uitvoerend gedeelte” genoemd.
zij bestaat uit ’ t Hoog” (Prins, adjudant, schatbewaarder en de Vorst). Raad van Elf, Prinselijk Hofballet en de Hofkapel. Zij ondersteunen de Prins gedurende de carnavalsdagen.

Blèr- en bloasavond
Sinds 1979 wordt, op initiatief van Ruud van der Heijden,  een liedjeswedstrijd gehouden om het Bestse carnavalslied voor het Klompengat te kiezen, als tegenhanger van het carnavalsliedjes geweld van de Hilversumse radio zenders. Het lied moet origineel zijn, dus met eigen tekst en melodie. Het liedje van de winnaar wordt in een studio opgenomen, er wordt een single van uitgebracht die te koop is in Bestse winkels.

De scepter
Een staf die geldt als machtssymbool van een godheid, koning of keizer. (van oorsprong is het een knots, een slagwapen).
De eikenhouten scepter van het Klompengat is in 1986 gemaakt door Cor van de Nieuwenhuizen. De “knots”vertegenwoordigt de bij de federatie aangesloten carnavalsverenigingen: Klompenheulers, de Kleuvensmijters, de Tuuters, de Ekkerkolders, de Heikriekels, de Pleinplekkers en de Hofkapel. Bovenop de “knots”zit een klomp.










De Optocht
Op Carnavalszondag trekt er een grote optocht door de straten van Best waarin de diverse Carnavalsverenigingen die Best rijk is akte de présence geven. In de optocht worden veel plaatselijke zaken op de korrel genomen die in de Bestse politiek hebben plaats gevonden.
Sinds 1970 vertrekt de optocht van het Wilhelminaplein, via Kon. Julianaweg, W. de Zwijgerweg. Pr. Bernardlaan, Oirschotseweg, Hoofdstraat naar het Gemeentehuis voor de sleuteloverdracht van de burgemeester naar de Prins. Er zijn vier categoriën deelnemers die elk een prijs kunnen winnen: Wagens, Grote loopgroepen, kleine loopgroepen en individuen.Tot 2002 werd de stiet nog al eens onderbroken doordat de spoorbomen dichtgingen voor een naderende  trein. De optocht wordt live uitgezonden op Omroep Best.


Tonpraoten
In 1982-1983 startte de Toanpraotavonden in Best. De eerste Tonpraoters waren o.a. Jan van de Sande, Theo Ijkhout, Piet Braun, Jan van Hoek, Ina Kroenen, Herman Slot. Op deze avonden beelden de Tonpraoters een typetje uit en nemen veelal de Beste politiek op de hak. Na het  overlijden van een van de markante Tonpraoters, Harrie van Diesen is in 2000 een oorkonde en standaard gemaakt, vernoemd naar het typetje van Harrie van Diesen: ’t Kletsmenneke. De prijs wordt ieder jaar uitgereikt aan een Tonpraoter die grote verdiensten heeft gehad voor het Tonpraoten. 









Ziekenbezoek
Donderdag voor Carnaval gaat de Prins en de jeugdprins op bezoek bij langdurig zieken in Best. De selectie gebeurt door een speciale commissie die e.e.a. afstemt met zorginstellingen en parochies.

65+ bal
Een speciale commissie organiseert jaarlijks voor de carnaval een 65+ carnavalsbal voor ouderen. De commissie verspreidt de gratis toegangskaarten.

Carnavals Mis
Op zaterdagavond voor Carnavalszondag wordt in de St.Odulphuskerk een carnavals H. Mis gehouden. De dienst wordt ook uitgezonden via Omroep Best (radio en TV)

Efkes Opwerme
Sinds 2000 wordt in Cafe d’n Ekker op vrijdagmiddag vanaf 16.00 u voor carnaval een “opwarm” feest gehouden.

Specials bal
Bij het 44-jarig jubileum in 2009 werd voor het eerst een carnavalsbal gehouden voor mensen met een geestelijke beperking. Sinds die tijd vindt het bal ieder jaar plaats.

Voorbereidingen
Om de Bestenaren drie dagen carnaval te laten vieren heeft de federatie 21 commissies. De eerste voorbereidingen voor het feest beginnen in mei. Er is een strakke planning waarin iedere maand voor carnaval vele commissie-leden actief zijn. 
Jan van der Vleuten
Wil van den Bragt
Werkgroep immaterieel erfgoed (tradities)
Bronnen:
Jubileum Boek Carnavals Federatie Best; 
Wereld feesten Almanak
Wikipedia